Vandaag ging de Chinese beurs voor het eerst open in het jaar van het konijn. Daarmee is het jaar van de tijger afgesloten.
Op de valreep hebben Chinese aandelen in dat jaar dat startte op 1 februari 2022 beter gepresteerd dan de wereldwijde aandelenindex (MSCI China versus MSCI ACWI), uiteraard geholpen door de sterke prestatie in de afgelopen maanden. Veel beleggers zaten een half jaar geleden op het verkeerde spoor ten aanzien van China. Het mooiste argument dat ik heb gehoord is dat er al vijftien jaar geen cent valt te verdienen in China en dat het daarom ook altijd zo zal blijven. Datzelfde argument zou ook kunnen worden gebruikt voor Amerikaanse aandelen na de Tweede Wereldoorlog, toen de beurs nog niet was hersteld van de klap van de Grote Depressie. Toch was dit een ideaal moment om in te stappen. Ook voor Nederlandse aandelen na de stagflatie van de jaren zeventig, leek het begin jaren tachtig een beroerd moment om in te stappen, maar achteraf was dit juist het beste moment. Het tegendeel is eerder waar. Als iets al vijftien jaar onafgebroken is gestegen, komt eerder het moment dat het wel eens tegen kan vallen. Dat hebben we vorig jaar gezien met Amerikaanse groei-aandelen. Via een omweg nemen veel beleggers nu alsnog een positie in China, via bijvoorbeeld Europese aandelen in luxegoederen of Duitse autobouwers, overigens zonder dat we deze bedrijven verwijten dat ze zakendoen met China. Ook verschillende metalen zoals koper en ijzer profiteren van de opening van China. Verder is de heropening van China ook goed voor de rest van Azië.

De zijwaartse beweging van de afgelopen vijftien jaar in Chinese aandelen was dan wellicht niet zo’n goed argument om niet in te stappen, het heeft wel voor een voedingsbodem gecreëerd om andere argumenten er bij te betrekken als excuus om niet in China te beleggen. Vooral het feit dat China een autocratie is en dat met het geïnvesteerde geld de Oeigoeren, de Tibetanen en de Hongkongers worden onderdrukt. Lange tijd werden vergelijkbare argumenten gebruikt om aan landen in Afrika geen ontwikkelingshulp te geven. Tegelijkertijd hadden diezelfde landen er geen moeite mee om bijvoorbeeld cacao te importeren uit diezelfde landen, terwijl nu toch wel duidelijk is dat zelfs Tony Chocolonely geen slaafvrije chocolade kan garanderen. Mensen zijn vaak opvallend inconsequent als het gaat om dit soort ethische oordelen. Men is tegen globalisering, maar loopt elk weekend weer met twee tassen met goedkope producten de Albert Heijn uit die wereldwijd worden geproduceerd. We willen niet meer in fossiele brandstoffen investeren, maar verbruiken volop energie uit fossiele brandstoffen. Ook ten aanzien van China was vanaf het bezoek van Nixon de gedachte dat samenwerken beter was dan uitsluiten. Samenwerking was bovendien een succesverhaal. Het ontkoppelde de Sovjet-unie van China en was daarmee de opmaat van de val van de muur. Door de samenwerking lijden honderden miljoenen Chinezen geen honger meer en zijn ze ontsnapt uit de armoedeval. Bovendien is het gevaarlijk om landen met een nucleair arsenaal volledig uit te sluiten. Het idee was toen en zelfs twintig jaar terug dat de voordelen van een democratie het uiteindelijk winnen van een autocratie. Dit idee van democratie als een exportartikel is wellicht wat naïef, het is natuurlijk wel de methode waarop de Amerikanen jarenlang hun invloedssfeer konden uitbreiden. Nu is China onderdeel van deze politiek. In de houding van China ten aanzien van Taiwan is de afgelopen jaren niet veel gewijzigd, maar opeens is er een opmerkelijke belangstelling van hooggeplaatste Amerikaanse politici om Taiwan te bezoeken. Die bezoeken zijn onderdeel van de machtsstrijd tussen China en de Verenigde Staten. De Verenigde Staten kunnen wijzen op het voor de VS geweldige succes van de oorlog in Oekraïne. Zonder maar één Amerikaans mensenleven in gevaar te brengen is de Russische krijgsmacht gedecimeerd. Na de mislukkingen in Irak en Afghanistan smaakt dit naar meer. Taiwan is wellicht een vergelijkbare springplank.

Een ander argument om niet in China te beleggen is de rechtszekerheid. Nu valt ook dit wel te nuanceren. Zo is Frankrijk een land met een hoge rechtszekerheid, maar toch dachten veel vermogende Fransen daar anders over toen ze opeens 75 procent belasting moesten gaan betalen. Ook de Russen stalden hun geld in Europa met de gedachte dat ook zij zouden worden beschermd door de rechtsstaat. Inmiddels zijn ze een illusie armer. Waar het bij China op lijkt is dat we het land kwalijk nemen dat het nooit een democratie is geweest. Waar we 20 jaar geleden blij waren met de toetreding van China tot de wereldhandelsorganisatie, zien we rechtszekerheid nu als een risico. In de praktijk is het bij dit soort landen vooral van belang om parallel te beleggen aan de doelstellingen van de overheid. China wil haar munt internationaliseren en uiteindelijk een alternatief bieden voor de dollar als reservemunt. Daarvoor zijn goedwerkende financiële markten vereist in China. Bovendien laten juist de anti-corona-demonstraties in China zien dat dat wellicht juist in een autocratie de overheid moet luisteren. Net als het uitsluiten van bedrijven is het uitsluiten van landen alleen verstandig als helemaal niets meer werkt. Het in gesprek gaan heeft uiteindelijk veel meer resultaat. China uitsluiten betekent dat we dan ook geen producten meer kopen uit China, maar blijkbaar willen zelfs de Amerikanen die stap niet zetten.
Via: Auréus

- - -
Disclaimer
Beursblog.nl geeft geen beleggingsadvies, we proberen je te voorzien van nieuws, nieuwsoverzichten, blogs, columns, en uitleg. Dit om je handvatten en inzichten te geven om zelf de beslissingen te nemen die het beste bij jouw financiële situatie passen.
Gedetailleerde uitleg over hoe je onze berichtgeving dient te interpreteren vind je hier.
Meer informatie over wie we zijn, wat we doen, vind je hier.